Dagboek

Rookverbod

( 1946 )

Verboden te roken.
Art. 105 B Alg. Politieverordening.

Er zijn dikke boeken geschreven over allerlei beroemdheden - die in hun hele leven niet zoveel hebben beleefd als een conducteur op trein, tram of bus.

Daar hebben we bijvoorbeeld het simpele rookverbod. Reeds enige jaren oud en overal bekend.

Desondanks begon ik vandaag mijn late dienst weer met: "Pardon heren, denk aan het rookverbod!"

Dan komen de telkens terugkerende vragen: "Waar staat dat?" "Sinds wanneer is dat?" "Dat is toch iets van de moffen en mt de moffen verdwenen?"

Er zijn ook opmerkingen als: "Ik kom expres van de motorwagen om hier op de aanhangwagen te kunnen roken." Een ander zegt: "Nog een paar haaltjes, dan is-ie op."

Weer een ander steekt een sigaret op onmiddellijk nadat we van een halte vertrekken en zegt dat hij er de volgende halte toch af moet. Een andere passagier mengt zich er in en zegt dat, als het rookverbod toch blijkbaar niet meer geldt, ook hij wel kan roken.

Een volgende passagier deelt mij - onder het uitblazen van een enorme rookwolk - mee dat men in Rotterdam op de balkons mag roken en dat de blauwe tram speciale rookwagens...

Twee heren, de n gekleed in een blauwe, de andere in een bruine jas. Bruinjas haalde een sigarettenkoker te voorschijn en houdt deze de ander voor. "Een sigaret?"

"Ik rook niet", zei Blauwjas, pakte een sigaret uit de koker en stak deze aan.

"Ik ook niet", zei Bruinjas en stak eveneens een sigaret aan.

Ik wilde juist van leer trekken, toen Bruinjas mij aankeek... brrr... wat een ogen. Toen had men wel een lucifer kunnen aanschrappen op het kippenvel in mijn nek.

Afijn... vr hij zijn mening kun uiten over een HTM-conducteur werd dit voorkomen door een welverdiende hoestbui.

Tegelijkertijd stak een deftige mijnheer een sigaar op. Toen ik hem aankeek, zei hij: "Conducteur, ik heb met je babbels niets te maken. Er is geen enkele wet die mij roken verbiedt en waarop dit besluit van jouw Directie kan steunen."

"Goed meneer", zei ik parmantig. "Geeft u mij uw naam en adres en ik zal deze kwestie voor de Kantonrechter brengen. Misschien dat de Kantonrechter ons beiden kan overtuigen. Doen meneer?"

"Ja... eh... kijk es... conducteur... eh... ik moet dan eerst nog een paar informaties alvorens ik me aan zo'n aardigheidje waag."

"Mijnheer", zei ik schamper, "knijp 'em dan maar gauw uit en laat 'em in je koker parkeren. 't Is knudde." En in mijn hart dacht ik: "Net als de rest."

In mijn laatste rit kreeg ik een ietwat overmoedig groepje jonge kerels in mijn wagen die met hun sigaretten mijn wagen weldra in een soort palingrokerij herschiepen.

Waarschuwen baatte niet. "Afijn", dacht ik, met enig leedvermaak, "ik zal die twee politieagenten op het voorbalkon even vragen die knaapjes van mijn wagen te werpen."

Maar toen ik bij het voorbalkon kwam werden mijn reukzenuwen geprikkeld door de lucht van Virgina-sigaretten, nonchalant bengelend in de monden van de dienaren van Hermandad. Mistroostig belde ik maar af.

Logo Gele Tram