Dagboek

Late ritten

( 1947 )

Wat vervoersmogelijkheden betreft zijn Hagenaars eigenlijk bevoordeeld boven andere grote plaatsen in het land. 's Nachts om half een de laatste ritten van de eindpunten !

Maar de Hagenaars schijnen dit niet te waarderen, althans het uiterst schrale vervoer in die laatste ritten wijst daar wel op. Soms drie, soms vier of vijf passagiers.

Weliswaar zijn hier gewoonlijk nogal bijzondere typen bij, maar meestal zijn wij te moe om dit 'bijzondere' te waarderen.

Aldus weinig appreciatie van weerskanten.

Er stapte in zo'n laatste rit een meneer op. Meneer mummelde wat en rook nogal naar...

Toen ik hem een plaatsbewijs had gegeven, zei hij, enigszins hikkend: "Als de Negus van AbbessyniŽ een negen-oog op zijn bips heeft en de Directeur van Van Gend en Loos heeft drie maanden diarree, met wie gaat de dochter van Mevrouw Kwal dan volgende week trouwen ?"

"Ik weet 't niet", zei ik, "ik ben niet zo sterk in scheikunde."

"Met mij, sufferd... met mij", mompelde meneer. Hij kwakte neer op een bank... en sliep.

Drie haltes verder weer een klant. Een meneer die er erg terneergeslagen uitzag. Op mijn onderzoekende blik kreeg ik enige uitleg.

"Nou, en toen ging mijn vrouw voor een paar maanden naar haar ouders in Breda. Ik schreef haar trouw en verzekerde haar dat ik elke avond thuis bleef en steeds aan haar dacht. Afijn, gisteren kwam ze thuis en vanmorgen kwam toevallig net de rekening van het elektriciteitsbedrijf..."

"Nou, en...?", vroeg ik met enige belangstelling.

"28 cents..."

?   ?   ?

"Maar dat is toch onmogelijk", riep ik in mijn onschuld uit.

"Jah", zuchtte meneer, "dat zei die vent ook die voor het eerst van zijn leven een giraffe zag."

Logo Gele Tram